Aandacht (Jan van Dixhoorn)

Omdat het vermogen “de aandacht er bij houden” bij een acupunctuurbehandeling en bij de eventueel voorgeschreven oefeningen van groot belang is, volgt hier een uiteenzetting. De oefeningen vragen om aandachtig de innerlijke lichamelijke gewaarwordingen te volgen tijdens en na de uitvoering van de activiteit.

Actieve aandacht.

De toestand waarin men zich bevindt als er sprake is van actieve aandacht kenmerkt zich door alert en wakker zijn. De aandacht is gericht op de omgeving of op de eigen gedachten of voorstellingen. Een (over)actieve gespannen aandacht blijkt onder meer uit een snelle wisseling in de aandacht die snel is afgeleid en niet lang bij een zaak kan worden gehouden. Gedachten gaan dan snel, met een sterke innerlijke woordenstroom. Ogenschijnlijk is men rustig, maar die rust is bedrieglijk en krampachtig. Opvallend aan de motoriek is dat men niet goed in staat is bewegingen vloeiend te laten verlopen.

Bij het oefenen is de eerste stap het richten van de aandacht en die aandacht vervolgens bij de oefening houden. De aandacht is actief en selectief, dat betekent dat niet ter zake doende dingen buiten beschouwing blijven.

Eventueel afleidende gedachten worden trager, de prikkelbaarheid en de eventuele lichamelijke onrust nemen af.

De oefeningen zijn makkelijk, wat ertoe bijdraagt dat de aandacht bij de uitvoering van de instructie kan worden gehouden. Een actieve instelling is doelgericht, b.v. op het uitvoeren van een bewegingsopdracht. De innerlijke houding is sturend, beoordelend, controlerend, regelend, wensend en verwachtend.

Passieve aandacht

Aandacht kan ook een passiever karakter hebben. De deelnemer neemt waar wat zich voordoet. Passieve aandacht kan dwalen en is minder gericht en meer diffuus dan actief geconcentreerde en gerichte aandacht. Een passieve instelling houdt het ontbreken van verwachtingen in. Ze wordt bevorderd door een ontvankelijke innerlijke houding: luisterend, open, toegankelijk, niet oordelend, neutraal en accepterend. Acceptatie houdt in dat de realiteit van mogelijk onaangename spanningen, zoals ze op een bepaald moment bestaan, erkend en toegelaten worden.

Dit verduidelijkt het spanningsprobleem. Soms kan zich dan een oplossing aandienen.

Klachten die niet geaccepteerd worden – de deelnemer wil er immers vanaf – worden vaak niet nauwkeurig waargenomen en beschreven. Dit verkleint de mogelijkheid tot verandering.

Als de aandacht door actieve concentratie stiller is geworden en als men minder is afgeleid door gedachten dan is het mogelijk meer open te staan voor de innerlijke toestand. Lichamelijke gewaarwordingen worden duidelijker. Hierdoor ontstaan het feitelijke ontspanningsmoment.

Actieve aandacht is dus gericht op de uitvoering van de bewegingsopdracht en passieve aandacht richt zich op de innerlijke toestand die door de uitgevoerde instructie kan veranderen.